Niet goed ingevoerd op het gebied van jazzmuziek? Geen enkel probleem. Het gaat vooral om het noemen en herkennen van de juiste namen. Met een paar standaard trucs kunt u moeiteloos maskeren dat u geen idee heeft over wie het gaat.
Piep-toet-knor
Als zelfbenoemde jazzkenner plant u meteen uw geurvlag door een paar stromingen stevig neer te sabelen. Cool jazz is liftmuziek en New Orleans jazz voornamelijk bedoeld als tijdverdrijf voor bedaagde klarinetspelende tandartsen. Gevraagd naar uw eigen voorkeur antwoordt u met de volgende vooraf uit het hoofd geleerde volzin: “Het enige wat me kan boeien, is experimentele jazz. Het echte hermetische piep-toet-knor werk. Bugge Wesseltoft meets Albert Ayler, zeg maar.” Uitstekende binnenkomer. Geen mens die er nu nog iets van snapt. Men zal u een onbehouwen plurk vinden maar wel een plurk met verstand van jazz. En daar ging het tenslotte om.
Charlie Parker
Praten over jazz is vooral een kwestie van namen noemen. In dat geval is het doodsimpel om de schijn hoog te houden. Luister minzaam mee met de namen die de echte kenners noemen en vraag bij tijd en wijle: “Heeft die niet nog eens een plaat gemaakt met Charlie Parker?”
Grote kans dat u goed zit, want wie heeft er nou niet gespeeld met Charlie ‘Bird’ Parker? Wel even opletten, want hij is gestorven in 1955. Houd dit vol tot op een goed moment de naam valt van Duke Ellington. Dan zegt u korzelig: “Ach Ellington, Ellington. Die sound kwam vooral van John Hodges” en stapt u vervolgens met een verveeld gezicht over op een ander onderwerp. Men vond u toch al een plurk, dus dit kan er nog wel even bij.
Mindere goden
De grote namen kent natuurlijk iedereen, maar om echt als een expert te boek te staan, verdient het aanbeveling ook wat mindere goden te kunnen noemen. Loop de bibliotheek eens binnen, sla een jazz-encyclopedie open en leer de gegevens van een volstrekt willekeurige muzikant van buiten. Zo kunt u terloops melding maken van Tina Brooks. De goede man speelde saxofoon, leefde van 1932 tot 1974 en zijn echte voornaam luidde Harold. Vertel erbij dat u Minor Move uit 1958 het beste album uit zijn loopbaan vindt en u zult snel in achting stijgen. Als iemand echter opmerkt dat True Blue van diezelfde Brooks toch stukken beter in elkaar zit, wordt het tijd u uit de voeten de maken. U heeft dan namelijk te maken met een echte kenner.
Drugs
Als u weinig verstand heeft van muziek, is het aan te raden het gesprek te brengen op onderwerpen waaraan u zich minder snel een buil kunt vallen. Wat dacht u van het roerige leven van de jazzmuzikant in kwestie? De meeste jazz-grootheden vertoonden namelijk een flinke hang naar drank of andere opwekkende middelen.
Zo waren Charlie Parker, John Coltrane en Chet Baker stevig aan de heroïne. Ook Miles Davis betoonde zich op dit gebied een ware homo universalis. In zijn autobiografie beschreef hij bijvoorbeeld dat hij zich op de achterbank van een auto gaarne oraal van dienst liet zijn door een speciaal daartoe ingehuurde juffrouw, terwijl hij tegelijkertijd cocaïne snoof en kippenboutjes at.
Auteur(s): Arjan Kors
Bron: BIZZ , jaargang 9 , nummer 3 , datum 15-3-2002