Ik tolereer op het werk geen ontevreden gezichten”, vertrouwde een geslaagde ondernemer mij toe. Hij sprak de eigenaar van zo’n gezicht er meteen op aan en vroeg wat er aan de hand was. Bij recidive stelde hij de sikkeneurige meteen voor de keus: zorg voor een enthousiaste blik of verdwijn! En mocht je écht gemotiveerd zijn om te achterhalen waarom je zo slecht gemotiveerd bent, dan kan je op kosten van de zaak een therapie volgen of psychologisch advies inwinnen.
Het kwam op mij knap totalitair over. Maar de man bleek er heilig van overtuigd dat zijn zaak staat of valt bij het enthousiasme van zijn medewerkers. En dat één rotte appel al te veel is. “Ik werk uitsluitend met mensen die perfect op hun plaats zijn”, riep hij, “want dat is de enige weg naar een bedrijf dat draait als een tierelier. Dus schop ik de humeurigen en zeurpieten eruit. Daarmee bewijs ik ze trouwens nog een dienst ook: zo bevrijd ik hen uit een ongelukkige situatie en dwing ik hen op zoek te gaan naar een plek waar ze wèl vrolijk kunnen kijken.”
De bedoelde ondernemer diende de soep misschien wat heet op. Toch is het geen incident, maar een trend om uitstraling als ondernemerstool te gebruiken. Daarom valt in mission statements en andere peptalks het woord ‘passie’ steeds vaker te turven. Kortom: we worden niet langer meer geacht in ‘het zweet onzes aanschijns te zwoegen’. In het kielzog van persoonlijke groei en ultieme zelfontplooiing kan, mag en moet het werk een feest te zijn. Dan hebben we het over jobs die mensen als gegoten zitten, die variatie bieden en een droom helpen verwezenlijken. Dat is prima voor de medewerkers en prima voor de zaak. Passie zet namelijk aan tot harder werken, je krijgt er betere ideeën van, het trekt de beste klanten aan en passie voorkomt ziekteverzuim.
Klinkt paradijselijk allemaal. Maar veel werk leent zich minder voor passie. En veel medewerkers lopen naar hun aard niet over van de passie. Of hun droom ligt zo diep onder gewoonten of gemak begraven dat ze niet eens meer weten dat ze er één hebben. Dus komen hele volksstammen niet veel verder dan zich tevreden stellen met tevredenheid. Als de schoorsteen maar blijft roken, de hypotheek wordt betaald en de club tijdens het weekend wint. Daarbij zijn de meesten niet te beroerd enthousiast te doen als hogerhand dat voorschrijft. Conform hun missie yellen supermarkt-medewerkers gezellig mee “dat wij van onze klanten houden”. En de account-manager van het reclamebureau blijft lachen, hoewel hij zojuist twee verstandskiezen heeft laten trekken.
Beter namaak-passie dan echt chagrijn, zou gezegd kunnen worden. Dus volgt u de trend en houdt u uw medewerkers voor dat zij zich enthousiast dienen te gedragen. Maar daarmee krijgt u natuurlijk nog geen bedrijf dat loopt als een tierelier. Misschien blijven de beste ideeën juist wel uit en nemen stress en ziekteverzuim toe, omdat uw mensen steeds vrolijker moeten lijken dan ze zijn. Dat dwingt u vervolgens tot het stellen van de hamvraag: hoe breng ik échte passie in mijn bedrijf?
In de eerste plaats, als u het mij vraagt, door hardnekkig te blijven zoeken naar medewerkers die enthousiasme als het ware in hun genen hebben zitten. En die precies passen bij de job die u te bieden hebt. Natuurlijk ook door aandacht te schenken aan ontevreden gezichten. Loopt hun aantal de spuigaten uit, dan zou ik uw personeel niet meteen collectief op therapie sturen, maar eerst zelf eens in de spiegel kijken: misschien ziet u dan wel een ontevreden gezicht en een organisatie die onvoldoende mogelijkheden biedt om passie te ontwik- kelen.
Aan de hand van sleutelwoorden verslaat Jancees van Westering, alias Jécé, de tijdgeest. In de vorige aflevering stond ‘anders’ centraal. Volgende keer schrijft Jancees over ‘identiteit’. Jancees is communicatie- adviseur en tekstcoach. Reacties? redactie@bizz.nl
Auteur(s): Jancees van Westering
Bron: BIZZ , jaargang 9 , nummer 3 , datum 15-3-2002