WEBLOG VOOR ONDERNEMERS - ARCHIEF
bizz » jaargangen » nummers » inhoudsopgave » artikel

Toeleveranciers likken hun wonden

Wärtsilä stimuleerde innovaties

Met het vertrek van dieselmotorengigant Wärtsilä uit Nederland verliezen toeleveranciers op korte termijn miljoenen aan omzet. Op lange termijn verdwijnen met het zoveelste vertrek van een grote industrieel de stimulans voor technologische ontwikkeling en de daarbij behorende concurrentiepositie.

Dieselmotorenfabrikant Wärtsilä Nederland (Wärtsilä NL) besteedde jaarlijks voor ruim 15,5 miljoen euro werk uit aan honderden grotere en kleinere toeleveranciers. Maar nu gaat de productie naar Triëst (Italië), net als het leeuwendeel van de omzet. De Nederlandse leveranciers blijven achter met hun bedrijven die zij volledig hadden aangepast aan de hoge productie- en kwaliteitseisen die de Finnen stelden.

Eisen

Zes boze directieleden van gedupeerde toeleveranciers sturen eind 2001 een petitie aan minister Jorritsma van Economische Zaken: “Op korte termijn is het omzetverlies best op te vangen. Maar dat zo’n industrie niet behouden wordt, betekent op lange termijn een verlaging van het niveau van technologische ontwikkeling.”

Arjen Roth, eigenaar van Machinefabriek De Haan in Heino, toeleverancier van Wärtsilä Nederland en initiatiefnemer van de petitie: “Dit was nog één van de weinig overgebleven zelfscheppende industrieën. Regelmatig kwamen er technologische vindingen en dus innovatie uit voort, juist doordát Wärtsilä die hoge eisen aan ons stelde”, constateert hij. “De impuls die de dieselmotorenindustrie gaf aan innovatie bij leveranciers verdwijnt. En daarmee de Nederlandse concurrentiepositie in deze hoogwaardige technologie.”

Wrang

Langzamerhand verwordt Nederland tot een land dat geen eigen kennis meer heeft. Steeds meer industrieën en grootbedrijven komen in handen van buitenlandse bedrijven. Toeleveranciers worden daarmee in toenemende mate afhankelijk van de manier waarop onze overheid met die buitenlandse bedrijven omgaat.

Het ministerie van Economische Zaken (EZ) wil graag dat leveranciers innoveren. Jaarlijks steekt EZ miljoenen in technologische ontwikkelingskredieten om de Nederlandse concurrentiepositie sterk te houden. EZ maakt zich dus zorgen over het gebrek aan eigen innovatie. Maar als datzelfde ministerie de industrie die onze toeleveranciers stimuleert niet bindt aan ons land, verdwijnen de kennisvragers. Met Wärtsilä verdwijnen eveneens weer een fikse hoeveelheid kennis en de stimulans voor technologische ontwikkeling.

Berlusconi-achtig

“Al die tijd vond EZ het niet nodig een industriebeleid te hebben, omdat het ‘zo goed’ ging. De leveranciers plukken daarvan nu de wrange vruchten. Ik ben nog steeds van mening dat Italië aan Wärtsilä Finland een fiscaal vriendelijker regeling biedt dan wij”, meent Ton de Bruine, voorzitter van de Nederlandse Vereniging Algemene Toelevering (NEVAT) en zelf toeleverancier van Wärtsilä met zijn bedrijf Brinks Metaalbewerking in Vriezenveen.

“Het is niet de toeleverancier die bepaalt of de industrie blijft, maar de buitenlandse investeerder. In dit geval Wärtsilä Finland. Het is de taak van het ministerie van Economische Zaken die grote vissen binnen te houden”, stelt De Bruine.

Het gerucht gaat dat de Italiaanse regering een belastingkorting uitdeelt om de productie van alle dieselmoteren van Wärtsilä naar Triëst te halen. “Dat zijn Berlusconi-achtige praktijken. Wij zouden dat concurrentievervalsing noemen”, vindt De Bruine. EZ gaat nu checken of zo’n regeling mag, hoewel minister Jorritsma bij hoog en bij laag ontkent dat Wärtsilä zo’n stimulans ontvangen zou hebben. Ze had dat vernomen van de Finse Raad van Bestuur. De minister had een gesprek met de Raad om de slordige 13 miljoen euro Technische Ontwikkelingskredieten (TOK) terug te eisen, als Wärtsilä van plan was de productie naar Italië te verplaatsen. Geen toonbeeld van goede communicatie om op hoge poten je geld terug te eisen. Bovendien niet de methode om zo’n industrieel te behouden.

Gevolgen

Sommige leveranciers raken 10 procent jaaromzet kwijt door de sluiting van Wärtsilä. Naar een grove schatting van De Bruine krijgen bij de toeleveranciers 900 mensen ontslag. Andere moesten hun fonkelnieuwe onderneming op een andere industrie gaan richten. Adrie de Winter startte anderhalf jaar geleden - mede op aanraden van Wärtsilä - met zijn bedrijf Techno Metal Industries in Vlissingen. Hij zou grotendeels stalen fundaties maken voor Wärtsilä in Zwolle en hij had er zin in. “Ik had er vertrouwen in dat die fundaties van motorblokken een goede basis voor een eigen bedrijfje zouden vormen. Ik heb heel veel samengewerkt met Wärtsilä om de productie goed te krijgen. Ik heb anderhalf miljoen gulden geïnvesteerd in een grote kotterbank.”

De Winter wist dat de motorenmarkt inzakte, daarom zocht hij ook andere opdrachtgevers. Dat lukte, maar toen de onverwachte boodschap kwam dat Wärtsilä zou sluiten, was dat toch een klap. “Het is gewoon eeuwig zonde. Ik heb zelf het risico genomen me eerst op één klant te richten, maar ik verwachtte met een stabiele partner in zee te gaan.” De Winter is niet voor één gat te vangen. Hij gaat proberen ook voor Wärtsilä Italië te werken. “Ik heb geen wrok tegen Wärtsilä NL. Dat bedrijf heeft ons altijd netjes behandeld. We kregen vaste prijzen voor het hele jaar en een prima marge. En ik heb al een ingang in Italië, maar ik weet niet hoe dat allemaal gaat lopen.”

Niemand weet dat. Het lijkt wel een soort troostprijs voor de leveranciers van Wärtsilä NL: meedingen naar opdrachten in Italië. Is dat reëel? Voorzitter De Bruine van NEVAT: “Iedereen kan op zijn vingers natellen dat het tijdelijk is dat Nederlandse toeleveranciers in Italië gaan leveren. Dat lukt hooguit tot ze daar zelf hun contacten hebben uitgebreid.”

Zoethoudertje

De ondernemersraad (or) van Wärtsilä NL en vakbonden doen er ook nog alles aan niet ten prooi te vallen aan Wärtsilä Finland. Ze zien mogelijkheden voor een fabriek met maximaal 100 medewerkers die onderdelen levert aan zowel Wärtsilä als andere bedrijven. In hun plan, dat ze op 21 februari presenteerden, blijven ook de service-afdelingen met in totaal zo’n 200 arbeidsplaatsen in de hoofdstad van de provincie Overijssel. Daarnaast willen de bonden en de or een nieuwe componentenfabriek en een technologiecentrum (circa 30 arbeidsplaatsen) in de stad. Toeleveranciers kijken argwanend naar die ontwikkeling, want als Wärtsilä zelf componenten gaat produceren, helpt hen dat van de regen in de drup. Arjen Roth van Machinefabriek De Haan in Heino: “Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat het een zoethoudertje is.” Ton de Bruine denkt dat het zo’n vaart niet zal lopen. “Die componentenfabriek komt er niet zomaar.” En Adrie de Winter voorspelt dat Wärtsilä last gaat krijgen, doordat het bedrijf zeer specifieke kennis achterlaat in Nederland. “Wärtsilä zal het wiel opnieuw moeten gaan uitvinden. Dat kost handen vol geld.”

RBI logo 2008 © copyright bizz.nl

Privacy Statement | Contact | Disclaimer | Colofon

Reed Business bv. Auteursrecht voorbehouden. Op gebruik van deze site zijn de volgende regelingen van toepassing: Gebruiksvoorwaarden en Privacystatement